Nadat Trump en consorten (eindelijk) eens worden aangepakt voor de leugens, complottheorieën en opstokerij die zij via sociale media verspreiden, lijkt de rol die "Big Tech" speelt in het publieke debat te veranderen. Leek mij een goede reden om de vaak discutabele rol die dergelijke ondernemingen vervullen eens te bespreken.
Aanvankelijk werd er eigenlijk nauwelijks ingegrepen door de platforms wanneer het de verspreiding van complottheorieën betrof. De platformen waren dan ook een grote echokamer voor (voornamelijk werkloze) coronawappies, anti-semieten, en Qanon-gekkies. Met het toevoegen van fact-checks was de eerste kentering zichtbaar. Na de Capitoolbestorming is de maatschappelijke schade die het ongeremd laten circuleren van de meest waanzinnige complottheorieën, niet-onderbouwde leugens, en gewelddadige ophitserij, en de rol die de sociale mediareuzen hierin spelen te evident om niets te doen.
Het verbannen van Trump en consorten, verscheidene Q-anon accounts, en rechts-extremistische complotdenkers lijkt het einde te betekenen voor deze doelgroep op de "reguliere" social media. Ook ons eigen complotgekkie Wybren van Haga mag niet meer zomaar ongefundeerde onzin spuien:
De getroffen groep roept, na verwijderd te zijn wegens het herhaaldelijk bewust overtreden van de gebruiksvoorwaarden van de bedrijven in kwestie, waarmee men zelf akkoord is gegaan, heel hard dat het censuur is. De vrije meningsuiting zou in het geding zijn, en door selectief op te treden zouden de techbedrijven allerlei democratische processen kunnen beïnvloeden.
Het "censuur"verhaal snijdt in juridisch opzicht geen hout: de vrijheid van meningsuiting maakt niet dat de ene private partij de andere private partij kan dwingen om met gebruikmaking van de middelen van laatstgenoemde, de mening van eerstgenoemde te publiceren.
Maar feitelijk beschouwd zitten we wel met techbedrijven wiens platformen klaarblijkelijk van significante maatschappelijke waarde zijn. Door de sturing en beoordeling van de content grotendeels over te laten aan deze bedrijven zelf, wordt deze beoordeling onttrokken aan de (met democratische waarborgen omklede) processen die dit voorheen stuurden. Deze bedrijven zouden als het ware op de stoel van wetgever en rechter gaan zitten om te beoordelen welke meningen al dan niet toegestaan zouden zijn.
Zo lijkt het een typisch "probleem van deze tijd" te zijn. Onze wetgeving, maatschappelijke inrichting (en in veel van de getroffen gevallen: de mentale weerbaarheid) zijn ingehaald door de technologische ontwikkelingen. De impact van het jarenlang nauwelijks reguleren van de grote sociale media-bedrijven is nu pijnlijk zichtbaar. Een oplossing voor dezeproblemen lijkt mij niet zomaar voorhanden. Maar ik hoor graag hoe jullie hier in staan.